Jansveld 9

Bron: huizenaanhetjanskerkhof.nl

Jansveld 11, rechts nr. 9, Utrecht. Foto 1973Jansveld 9 Utrecht (tot 1890: Jansveld H no. 590) is eigendom van het Utrechts Monumenten Fonds. Het huis werd door het Utrechts Monumenten Fonds gelijktijdig aangekocht met Jansveld 11 Utrecht.

Gemeentelijk monument

Jansveld 9/9BS is een gemeentelijk monument (3440970). De toelichting luidt als volgt:

“17e Eeuws woonhuis bestaande uit drie bouwlagen, en een platdak. De tamelijk hoge opzet van het pand met twee verdiepingen lijkt oorspronkelijk. Hierop duidt de 17e eeuwse spiltrap die de eerste verdieping met de tweede verbindt. De eerste verdieping heeft een enkelvoudige balklaag met sleutelstukken. Interieuronderdelen: spiltrap met ingesneden leuning van de eerste verdieping naar de tweede. Het pand is van bouwhistorisch belang vanwege zijn 17e eeuwse opzet en onderdelen.”

Gijsbert Rutgerss

In 1586 wordt Gijsbert Rutgerss als noordwaartse belending van Jansveld 7 genoemd. Gijsbert Rutgerss van Vianen was getrouwd met Cathelina Willemsdochter.
Gijsbert Rutgerss had in 1580 van Cornelis Jansz van Lichtenberch en Dirckgen een camer met erf getransporteerd gekregen. De belendingen daarvan waren zuidwaarts de erfgenamen van Herman Adryaensz en noordwaarts Gijsbert Rutgerss met een poortweg.
In 1591 vestigden Gijsbert Ruttenss en Cathalijne een plecht op vier huijsinge, erve en hoffstede waarvan drie annex. De belending achter was Adriaen van Zuylen, deken van Sint Jan (Janskerkhof 23).

Cornelis Hendrixss van Vronesteyn

In 1655 vestigde Cornelis Hendrikx van Vronesteyn een plecht op het huis ten behoeve van Gerard van der Steen. Cornelis Hendrixss van Vronesteyn was in 1626 getrouwd met Stephania Huybers van Miltenborch. Zij woonden hier vermoedelijk al in 1640. Stephania van Miltenborch overleed voor oktober 1657.

In 1655 vestigde Cornelis Hendrixss van Vronesteyn een plecht ten behoeve van kanunnik Gerard van der Steen (Janskerkhof 11). In 1658 wordt Cornelis Hendrixss van Vronesteyn als noordwaartse belending van Jansveld 7 genoemd.

In 1659 vestigde hij een plecht op het huis ten behoeve van Henrick van Zuylen, procureur gerecht van Utrecht, en diens echtgenote Gerarda de Ridder. Volgens de procuratieakte reikte het perceel tot aan dat van de kinderen van Bruno Verdoes (Janskerkhof 23). De belending noordwaarts waren de erfgenamen van Hendrick Jacobss. De belending zuidwaarts was Jan Pauwelss als successor van Herman Christiaensz (Jansveld 7).
In 1662 wordt hij genoemd als achterbelending van Janskerkhof 23.

Antoni van Tricht

In juni 1667 transporteerde beenhacker Cornelis Hendrixss van Vronesteyn het huis aan zijn schoonzoon Antoni van Tricht. In de transportakte worden als belendingen genoemd zuidwaarts Jan Pauwelss van Schorrenberch (Jansveld 7) en noordwaarts jonkheer Johan Joriaen van Cranefelt (Jansveld 11). De achterbelending was het huis van jonkheer Herman Helmijs van Welle (Janskerkhof 23).
Antoni Bastiaensz van Tricht was in 1665 getrouwd met Maria van Vronesteyn. Antoni van Tricht was vleeshouwer. In 1669 kochten Cornelis Hendricksz van Vronesteyn en Antonis van Tricht samen lammeren en schapen.
Op 4 april 1674 hertrouwde Antoni van Tricht met Anna van den Burgh.

Jacob Jan van Ysselwyck

In juni 1670 werd Jansveld 11 geveild en verkocht aan Jacob Jan van Ysselwyck. In 1688 wordt Jacob Jan van Ysselwyck als zuidwaartse belending van Jansveld 11 genoemd. Vermoedelijk is hij identiek aan vleeshouwer Jacob van Ysselvelt.
Jacob Jansen van Ysselvelt was in 1655 getrouwd met Elisabet Thomas van Greskamp. Zij kregen zeven kinderen, van wie Geertruijdt (1662-), Aeltjen (1663-), Tomas (1665-), en Cornelia de volwassen leeftijd bereikten. Zonen Thomas (1655-), Nicolaus (1658-) en Thomas (1659-) stierven jong.
Jacob van Ysselvelt overleed in 1673. Elisabeth van Greskamp overleed in 1691. In 1693 werd de boedel gescheiden. Het huis kwam toen in handen van Thomas van Ysselvelt.

Thomas van Isselvelt en Catharina van Rossum

Thomas van Isselvelt trouwde op 30 mei 1693 met Catharina van Rossum. In 1699 lieten zij een dochter Geertruijd dopen, wonende achter het Vleeshuys. In 1703 lieten zij hun dochter Elisabeth dopen, wonende achter het Vleeshuys.
In 1707 wordt Thomas van Isselvelt als westwaartse achterbelending van Janskerkhof 23 genoemd. Thomas van Isselvelt kocht in 1707 ook Lange Jansstraat 22.
In 1720 trouwde hun dochter Clara (16961743) met Hendrik Cnel.
In 1726 maakten Thomas van Isselveld en Catharina van Rossum een codicil. Thomas van IJsselvelt overleed in december 1726, achter ’t nieuwe Vleeshuijs, nalatende zijn vrouw met mondige en onmondige kinderen. Hij werd begraven in de Jacobikerk.
In 1731 wordt de weduwe van Thomas van Isselveld als zuidwaartse belending van Jansveld 11 genoemd.

Gerrit Knel

In 1750 kwam het huis bij de boedelscheiding door de erven ab intestato Catharina van Rossum, in leven weduwe van Thomas van Ysselvelt, in handen van Gerrit Knel. Gerrit Knel was een zoon van Clara van Isselvelt en Hendrik Quenel of Kenel. Hij was in 1749, onder huwelijkse voorwaarden, getrouwd met Johanna van Loenen.
Gerrit Kenel kreeg twee huizen en een stal aan het Jansveld. Het eerste huis (Jansveld 9) had als belending aan de noordkant het tweede huis en aan de zuidkant de erfgenamen van juffrouw van Vollenhoven. Het tweede huis (Jansveld 11) had als belending ten zuiden het eerder beschreven huis en ten noorden Hendrik Verkerk (Jansveld 13).
Gerrit Knel wordt in 1762 nog genoemd als belending van Cornelis Resant, wiens huis ook in de Lange Jansstraat uitkwam.

Aart van Scherpenzeel

In 1763 verkocht Gerrit Kanel een huis aan vleeshouwer Aart van Scherpenzeel. Gerrit Kanel tekende met Gerrit Knel.
Aart van Scherpenzeel was in 1740 getrouwd met Johanna Blekman. In 1741 hadden zij een zoon Johannes laten dopen. In 1742 lieten zij een zoon Gijsbert dopen. Johannes en Gijsbert waren erfgenamen van Johan Bleckman.
In 1744 was Aart van Scherpenzeel, weduwnaar van Johanna Blekman, hertrouwd met Aaltje Meulemans.

Margaretha en Willem van Scherpenzeel

In 1795 kwam het huis bij een boedelscheiding van Aart van Scherpenzeel en Johanna Blekman in handen van Margaretha van Scherpenzeel en haar broer Willem van Scherpenzeel. Zij waren kinderen van Aart van Scherpenzeel en Aaltje Meulemans.
Willem van Scherpenzeel overleed op 11 december 1805, wonende op het Bagijnhof. Hij werd begraven in de Jacobikerk.

Arnoldus van Scherpenzeel

Op 21 december 1805 verkocht Margaretha van Scherpenzeel, als enige erfgename van haar overleden broer Willem van Scherpenzeel, een huis aan de oostzijde van het Jansveld, met uitgang in de Lange Jansstraat aan Arnoldus van Scherpenzeel Gijsbertszn. Arnoldus van Scherpenzeel Gijsbertszn kreeg het huis op 28 december 1805 getransporteerd.
De belendingen waren zuidwaarts vanouds Cornelis van Resant, tegenwoordig de schilder Jan Odijk, en noordwaarts de weduwe Kanel. Het huis had aan de achterkant een vrije uitgang in de Lange Janstraat, naast welke gang aan de oostzijde vanouds het perceel van de weduwe Voskuyl, thans Jan Booms, en aan de westzijde het perceel van Joseph Cino lagen.
Arnoldus van Scherpenzaal Gijsbertszn (1769-1834) was een zoon van Gijsbert van Scherpenzeel en Antonia Tukker. Bij zijn doop in de Zuiderkerk in Amsterdam was Aaltje Meulemans doopgetuige. Arnoldus van Scherpenzeel was in september 1805 getrouwd met Antonia van Scherpenzeel (-1831), dochter van Johannes van Scherpenzeel en Arnolda Wilhelmina Geijtenbeek.
Arnoldus van Scherpenzeel was eerder getrouwd met Judith Baak. Van Scherpenzeel en Baak waren op 11 mei 1798 in Amsterdam in ondertrouw gegaan (DTB 644, p.92). Zij woonden al in maart 1803, toen hun dochter Antonia werd begraven, Achter ’t Vleeshuis. Judith Baak werd in februari 1805 begraven, wonende Achter ’t Vleeshuis.

Tijdens de volkstelling van 1813 werden Arnoldus van Scherpenzeel en Antonia van Scherpenzeel met drie kinderen en een dienstbode op dit adres geregistreerd.

Frederica Anna Everdina van der Capellen

In september 1822 werd het huis geveild (Utrechtsche Courant, 13-09-1822, Delpher). Het huis werd voor f 4255,- verkocht aan Frederica Anna Everdina van der Capellen, eigenaresse en bewoonster van Janskerkhof 24 (Utrechtsche courant, 14-10-1822, p. 2, Delpher). Volgens het krantenbericht had het perceel toebehoord aan vleeshouwer Anthony Verkerk.

Frederica Anna Everdina van der Capellen, douairière Evert Jan Benjamin Baron van Golsteijn, staat in de OAT 1832 als eigenaresse van Jansveld 9 vermeld (perceel A605; huis, erf en steeg).

Harman Jacob Samuel van Erckelens

Tijdens de volkstelling van 1824 werd Jansveld H 590 bewoond door Harman Jacob Samuel van Erckelens, Johanna Voermans, vier kinderen, een dienstmaagd en een student. Hun dochter Margaretha Christina werd op 7 maart 1825 op Achter ’t Vleeschhuis H 590 geboren (BS Utrecht 1825 G, aktenr. 330). Zij verhuisden voor februari 1828.

Pieter Jacobs

Tijdens de volkstelling van 1830 werden kamerbehanger Pieter Jacobs, zijn echtgenote Maria Jacoba Gamelkoord, hun vier kinderen, een student en een dienstmeid op Achter ’t Vleeschhuis H 590 geregistreerd (blad 507).

In 1833 bood Frederica Anna Everdina van der Capellen het huis Achter het Vleeschhuis te huur aan (Utrechtsche Courant 15-02-1833, p. 4, Delpher).

Bernhard Heinrich Entken

Tijdens de volkstelling van 1840 werden schrijnwerker Bernhard Heinrich (Bernardus H.) Entken, zijn echtgenote Hendrica Steenhof, de 4-jarige Elisabeth Entken en hun dienstmeid Geertruida Bodde op dit adres geregistreerd (blad 633). Bernhard Entken en Henrika Steenhof waren in 1838 getrouwd (BS Utrecht 1838 H, aktenr. 327).

Frederica Anna Everdina van der Capellen overleed in 1847, wonende op Janskerkhof wijk G no. 230 (BS Utrecht 1847 O, aktenr. 1301).

Jansveld 9 Utrecht verkocht

In 1848 werden Janskerkhof 24 en Jansveld 9 Utrecht op een veiling te koop aangeboden (Utrechtsche provinciale en stads-courant, 19-01-1848, p. 4, Delpher). De veiling ging echter niet door (Utrechtsche provinciale en stads-courant : algemeen advertentieblad, 11-02-1848, Delpher).

Charles Louis Landré

In mei 1848 vestigde meubelmaker C.L. Landré zich op Jansveld wijk H no. 590 (idem, 05-05-1848, p. 4, Delpher). Charles Louis Landré (1809-1878) was getrouwd met Angeneeske de Jong (1812-). Volgens het bevolkingsregister 1850-1859 (deel 7527, wijk H, blad 838) woonden zij hier met vijf kinderen.

Willem Pellekaan

In april 1853 kwamen Willem Pellekaan (1820-1889), zijn echtgenote Cornelia Maria Johanna Buddingh (1824-1857) en hun twee dochter op dit adres wonen. Willem Pellekaan was aspirant notaris. Zij hebben hier slechts kort gewoond. Cornelia Maria Johanna Buddingh overleed op 7 september 1857, wonende aan de Jacobibrug C 92 (BS Utrecht 1857 O, aktenr. 1055). In 1860 hertrouwde Willem Pellekaan met Johanna Catharina de Wilde (aktenr. 360).

Leendert Zacharias Eijtinger

Stoelenmaker Leendert Zacharias Eijtinger (1817-1859) was een zoon van Johannes Eijtinger en Sara Schroijestein. Hij was in 1844 getrouwd met Aletta Boonemeijer (1815-1886). Het echtpaar heeft hier slechts kort gewoond. Bij zijn overlijden, in juli 1859, woonde Leendert Zacharias Eijtinger in de Minrebroederstraat G 308 (BS Utrecht 1859 O, aktenr. 925).

Daarna staan in het bevolkingsregisters enkele studenten ingeschreven.
Het Utrechts Monumentenfonds over Jansveld 9